Leo Meesters treedt nog graag op.
Leo Meesters treedt nog graag op. Naomi Heidinga

Troubadour van Ouderkerk

lokaal

Naomi Heidinga

Leo Meesters is de troubadour van Ouderkerk. Hij schreef onder meer het Ouderkerkse 'volkslied', waarin hij de schoonheid van het dorp bezingt. Zijn liedjes gaan over allerlei onderwerpen, van bij tot bonus, van pieper tot Ronde Hoep.

Het zijn maatschappelijke thema's afgewisseld met anekdotische verhalen. Met als belangrijkste onderdeel: de clou. Hij is inmiddels 88, maar optreden doet hij nog steeds met veel plezier. In het Ouderkerks volkslied zingt Leo: 'Wat zou ik janken als ik geen Ouderkerker was'. Marcel en Erwin van Wieringen vragen zich af waarom dat zo is. Ook zijn ze benieuwd of Leo nog een liedje over hun bier gaat schrijven.

Waarom heeft u deze zin opgenomen in het liedje?

"Ik kom niet uit Ouderkerk. Ik ben opgegroeid in IJmuiden. In de oorlog moesten we daar weg, vanwege de bouw van een verdedigingswerk van de Duitsers, de Atlantikwall. We moesten ons huis achterlaten en werden naar een kamp in Drenthe gestuurd. Mijn ouders hadden acht kinderen, we hadden niets. We zijn daar zelfs nog een aantal keer beschoten. Het was een rot tijd. Na de oorlog wilden mijn ouders terug naar IJmuiden, maar van ons huis was niets over. Op mijn zestiende ben ik gaan werken. Na een aantal omzwervingen, kwam ik met mijn vrouw in Badhoevedorp te wonen. De mogelijkheid deed zich voor om van huis te ruilen met iemand in Ouderkerk. Het ging om dit huis, aan de Ronde Hoep Oost. We zijn er twee keer langsgereden, ik was meteen verkocht. Mijn vrouw moest overtuigd worden. Ze vond het maar niets, met dat water voor de deur. Vanwege de kinderen. Ik heb op haar ingepraat, evenals mijn moeder. Uiteindelijk stemde ze in. Ik voelde me meteen thuis. Je had hier een aantal gezellige buurtschappen. Het zag er heel anders uit dan nu. Ouderkerk is mijn dorp, ik zou nergens anders willen wonen."

Komt u uit een muzikaal gezin?

"Nee, niemand in de familie hield zich echt met muziek bezig. Dat was toen niet zo. Van jongs af aan had muziek al mijn interesse. Zomers ging ik met een vriend op vakantie. We namen onze gitaar mee. Onderweg gingen we spelen. Daarmee speelden we onze vakantie bij elkaar. Als we 's middags bij een terras onze gitaar pakten, werden we 's avonds vaak gevraagd voor een optreden. Er werd dan wat geld bij elkaar geschraapt, je kreeg een maaltijd en te drinken. Een keer vertrokken we met 7,50 gulden op zak en kwamen we na twee weken terug met 15 gulden."

Hoe heeft uw muzikale carrière zich ontwikkeld?

"In de jaren '50 trad ik op met een vriend als de 'Twee jongens met gitaar'. Daar zijn we op een gegeven moment mee gestopt. In Ouderkerk begon het met spelen tijdens bruiloften en partijen. Met een vriend heb ik meermaals voor de radio gespeeld. We werden uitgenodigd door de VARA om een liedje te spelen. Dat werd opgepikt door de RVU, waar we, in een programma over bijen, ons bijenlied ten gehore mochten brengen. Dat viel zo in de smaak, dat we een aantal afleveringen achter elkaar mochten komen zingen. Ik heb op verschillende plekken opgetreden in de regio. Van Engelenbak tot op het Amstel Zomer Festival. Nu treed ik nog op in verzorgingshuizen en doe ik regelmatig mee met jamsessies. Ik ben niet alleen troubadour, ik zing ook graag jazz. Bijvoorbeeld met mijn dochter Gonny."

Hoe ontstaan de liedjes?

"De ideeën komen vanzelf. Soms is het een ergernis of een actueel thema. Zoals het liedje over het onderwater zetten van De Ronde Hoep. Of het pieperlied. Op een gegeven moment had iedereen zo'n pieper. Heel irritant als die tijdens een optreden afging bij iemand in het publiek. Diegene moest opstaan en naar buiten, daardoor was iedereen afgeleid. De clou van het liedje ging daardoor verloren. De meeste melodieën heb ik zelf gemaakt."

Het Ouderkerks volkslied, heeft u dat als zodanig geschreven?

"Nee, het liedje was bedoeld om het jubileum van De Amstelbocht te vieren. Dat liedje is daarna opgepikt en bestempeld als volkslied van Ouderkerk. Inmiddels wordt het lied regelmatig bij gelegenheden gezongen. Het havenkoor en smartlappenkoor hebben een eigen uitvoering ervan gemaakt. Als ik het hoor, ben ik wel trots. Het nummer is ook een aantal keer tijdens een uitvaart voorbijgekomen. Dat was wel raar om te horen. Maar het is ook mooi, het lied gaat zo nooit verloren."

Wie nodigt u uit voor het volgende gesprek?

"Theo Morren. Hij houdt schapen in de Waver. Ik wil hem vragen: stap je straks over op de waterbuffels, als het gebied onder water komt te staan?"

advertentie
advertentie