Het humeur van Johan is bij aankomst niet best. Bijna had hij het bijltje er voor vandaag bij neergegooid. “Een aantal dingen lukte niet. Dan kun je er maar beter even mee stoppen.” Zo zorgt een niet meewerkende ruitenwisser voor frustratie. Hij klaart op als hij ziet dat zijn medewerker op hetzelfde probleem stuit. Als het interview eenmaal begint, lijkt hij echter alles te zijn vergeten.

“Zevenentwintig jaar heeft mijn garage aan de H.J.E. Wenckebachweg gezeten. Een plek die ik deelde met de Bijlmer Bajes en de Hells Angels. Later kwamen er containerwoningen voor studenten. Het was een vrijstaat. In eerste instantie zou het slechts voor een jaar zijn, het werd iets langer. Voor een garagehouder was het een prima plek, omdat de regels er niet streng werden gehandhaafd. Ik had alle ruimte om auto’s neer te zetten, ze te slopen en te sleutelen aan auto’s. Dat het gebied ontwikkeld zou gaan worden, stond bij voorbaat vast. Dat was de directeuren van Phillips en Delta Lloyd ook beloofd toen ze er hun kantoor lieten bouwen.”

Heb je je er nooit onveilig gevoeld?

“Het was een heel veilige plek. De Hells Angels bevuilden hun eigen nest niet. Er werd dus niet ingebroken. Mijn klanten gaf het wel een wat unheimisch gevoel, wanneer ze ’s avonds vanaf de metrohalte kwamen lopen om hun auto op te halen. Het laatste jaar kreeg ik ruzie met een buurman, toen voelde ik me niet meer veilig. Ik vond het dan ook geen probleem om te vertrekken.”

Kon je makkelijk een nieuwe locatie vinden?

“De gemeente kwam met een aantal alternatieven, maar die vond ik niet geschikt. Deze plek in Noord heb ik zelf gevonden. Ik zit hier prima: niet op een modern bedrijventerrein ergens achteraf, maar op een broedplaats voor kunstenaars en creatievelingen. Ik zit op de kop van het terrein, en er is genoeg ruimte voor mijn auto’s. Er komen genoeg mensen langs en de mensen die hier werken zijn vrolijk. Eigenlijk ben ik erop vooruit gegaan.”

Waarom heb je gekozen voor Citroëns?

“Dat is vrij toevallig gegaan. Ik kwam terug van een aantal jaren reizen, toen ik een eend van een vriend kon overnemen voor 25 gulden. De auto stond ergens langs de gracht met een kapotte uitlaat. Ik wist er niets vanaf, maar al doende leert men. Een buurman van mij had ook een eend. Samen hebben we veel aan de auto’s gesleuteld.”

Het is een bepaald slag mensen, dat kiest voor deze auto’s. Herken je je hierin?

“Het zijn niet de snelste auto’s. Rijden in een dergelijke auto is een vorm van onthaasten. Andere mensen kiezen voor een Volkswagen Polo of een Seat Leon. Hen gaat het meer om de snelheid. Een 2CV of Ami gaat nu eenmaal niet zo hard. Citroënrijders zijn vaak een beetje oude hippies. Overigens roept een dergelijke auto in het verkeer steeds vaker agressie op, in plaats van een glimlach. In onze haastcultuur heeft men geen tijd om te wachten. Citroënrijders hebben daarom nog weleens te maken met agressie. Een aantal mensen besluit daarom te stoppen. Ik heb daar geen last van, ik rijd gewoon op de ring. Maar ik rijd dan ook wel door.”

Wat vind je zo leuk aan in een eendje rijden?

“Zelf heb ik een Ami. Die heeft hetzelfde onderstel als een eend, maar ziet er wel wat anders uit. Het leukste vind ik wanneer iemand anders bij me in de auto zit, die nog niet eerder in een Ami of Eend heeft gezeten. In plaats van af te remmen voor een drempel, druk ik het gaspedaal een beetje in. Dat gaat prima met zo’n auto. Dat is te danken aan de vering.”

Citroëns staan bekend als onbetrouwbaar. Hoe zit dat met deze auto’s?

“Deze auto’s zijn dertig tot veertig jaar oud. Het is een wonder dat ze überhaupt nog kunnen rijden. Moderne auto’s zijn met zes jaar al afgeschreven. Wanneer de auto goed is onderhouden en er zitten waar nodig nieuwe onderdelen in, dan vragen ze niet meer onderhoud dan moderne auto’s.”

Je gaat regelmatig naar Frankrijk om nieuwe auto’s te halen. Wat maak je zoal mee?

“Vroeger ging ik met twee vrienden naar Frankrijk, zodat we drie auto’s zouden kunnen terugnemen. Dan gingen we gewoon op de bonnefooi, kijken of we ergens een auto zagen staan. Als je de eerste twee dagen dan niets vond, was dat niet bevorderlijk voor de stemming. Voor mijn vrienden was het een soort vakantie, maar voor mij was het werk. Maar als dan de derde dag je plotseling toch een auto zag, die bovendien te koop bleek, dan sloeg het helemaal om. Vaak vond je vervolgens ook nog een tweede en derde auto. Dat was wel een avontuur. De hoogte- en dieptepunten die elkaar heel snel konden afwisselen. Nu gaat alles via internet. De 2Cv’s zijn heel gewild, dus het is zaak er snel bij te zijn. Wanneer ik een interessante auto zie, kan ik dezelfde dag nog in de auto springen om erheen te rijden. Lastig is dat mensen zich niet altijd aan hun woord houden. De prijs wordt bijvoorbeeld verhoogd, omdat er meer belangstelling is. Dat betekent dat je weleens voor niets rijdt. Zuur, als je 1200 kilometer erop hebt zitten en met lege handen huiswaarts keert. Of de auto blijkt in niet zo’n goede conditie als beschreven. Ik probeerde het de laatste jaren nog weleens, om op de bonnefooi naar Frankrijk te gaan om auto’s te kopen. Maar dat werkt niet meer. Als je aanbelt bij mensen met de vraag of hun auto te koop is, word je raar aangekeken.”

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

“Mechelien Alberts, ze werkt op de afdeling Neonatologie. Ik ben benieuwd hoe zij deze tijd door komt.”

Naomi Heidinga

Naomi Heidinga
Foto: Naomi Heidinga