Sinds 2012 runt Bart Ridder de slagerswinkel in de Dorpsstraat. Hij nam de zaak over van zijn vader, die in dat jaar overleed. Sindsdien is er veel veranderd in de winkel. Bart zit vol toekomstplannen, dus de vraag van vorige kandidaat Rob van Schaick komt niet uit de lucht vallen. Hij vraagt zich af: hoe zie jij de toekomst als specialistisch slager?
Zijn vader begon de slagerij in 1981. “We woonden boven de winkel. Als kind hielp ik mijn vader in de slagerij. Dat hoorde er gewoon bij, als zoon van een ondernemer. Op mijn negentiende vertrok ik naar Spanje, de liefde achterna. Daar heb ik verschillende dingen gedaan. Ik ben begonnen in een giftshop; ik was blij dat ik een baan had. Dat baantje had ik vooral te danken aan mijn talenkennis. Later ging ik in een sportzaak werken en ik eindigde bij een Deens bedrijf dat in droogbloemen handelde. Dat was het niet voor mij. Toen mijn vader de slagerij wilde verkopen, ben ik terug naar Nederland gegaan.”
Was het vanzelfsprekend dat je in de voetsporen van je vader zou treden?
“Het is me nooit echt gevraagd, maar toen mijn vader de winkel te koop wilde zetten, was het voor mij duidelijk dat ik de zaak zou overnemen.”
Wat is er sindsdien veranderd?
“Mijn vader had een traditionele slagerswinkel. Gaandeweg hebben we de zaak gemoderniseerd en er zijn meer producten bijgekomen. Vlees vormt nog steeds de hoofdmoot, maar daarnaast verkopen we lekkere kazen, wijn, bier en goede olijfolie. Ik houd niet alleen van vlees, maar van lekker eten. Dat zie je terug in de winkel. Daarbij richt ik me op mediterrane smaken en producten.”
Hoe onderscheid je je, er is immers nog een slager in het dorp?
“We richten ons niet zozeer op maaltijden, maar wel op kwaliteitsvlees en goede vleeswaren. De producten moeten een eigen verhaal hebben. We kunnen goed naast elkaar bestaan, we versterken elkaar juist. Een tijd geleden verkocht ik ook kaas, maar daar zijn we mee gestopt. Mensen kunnen voor hun kaas naar Ambrozijn. We verkopen nog wel wat kaassoorten, zoals Parmezaan en Manchego. Dingen die ik zelf ook gebruik. Daarnaast maken we onze eigen worsten waaronder salami; we hebben een rijpingskast in de winkel staan. We proberen regelmatig nieuwe smaken. Zoals een worstje die we samen met Rob van Schaick hebben gemaakt. Daar zit koffie en gorgonzola in. Een rare combinatie op het eerste gezicht, maar die smaken passen perfect bij elkaar.”
Hoe waren de afgelopen maanden?
“In het begin maakte ik me wel zorgen over mijn winkel. Maar ik zag al snel in Italië en Spanje dat de verswinkels daar open mochten blijven. Daarmee was mijn ongerustheid weg. In het begin hadden we het veel drukker: mensen kwamen hamsteren. Verkochten we in plaats van een pond gehakt opeens vijf kilo, per pond verpakt. Ook vanwege de sluiting van restaurants hebben we het drukker gehad. Mensen wilden zichzelf verwennen, en kwamen voor een goed stuk vlees en lekkere wijn. Nu is het meer genormaliseerd.”
Hoe zie jij de toekomst als specialistisch slager?
“Het aantal flexitariërs en vegetariërs groeit, maar ik verwacht dat mensen nog wel vlees zullen blijven eten. Misschien minder thuis, maar wel in een restaurant. In mijn winkel zie ik veel flexitariërs: ze eten minder vaak vlees in de week, maar als ze dat wel doen, gaan ze voor kwaliteit en willen ze daarvoor betalen.”
Heb je aanbod voor vegetariërs?
“De huidige generatie denkt nog erg in vleesvangers, dus producten die qua smaak of bite op vlees lijken. Ik geloof meer in smakelijke gerechten, waar alles in zit. Zoals een heerlijke zoete aardappelcurry met kokos. Die loopt echter niet zo goed bij mijn klanten. Vegetariërs zullen niet snel mijn winkel binnenstappen. Maar misschien doen ze dat wel als ik er meer ruchtbaarheid aan geef.”
En qua onderneming?
“Ik sta voor mijn gevoel nu stil. Ik wil graag een grotere winkel, bijvoorbeeld op de plek van het Rabobankpand. Daar moet nodig iets gebeuren. Hier heb ik de ruimte niet. Ik wil graag meer naar een verswinkel, met producten voor ontbijt tot avondeten. Een plek waar mensen op een laagdrempelige wijze kunnen eten. Daarvoor heb ik wel om me heen gekeken. Je wilt door als ondernemer. Ik heb gekeken naar een winkel op het Gelderlandplein, waar een slager stopte. En in Zuidoost. De Nieuwe Kern is wellicht ook een mogelijkheid. Maar het liefst blijf ik hier.”
Twee winkels, is dat een optie?
“Op dit moment niet. Je kunt niet op twee plekken tegelijk zijn. Ik heb nog te veel ideeën voor mijn eigen winkel. Maar je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt. Misschien in een ander concept.”
Waar haal jij je inspiratie vandaan?
“Ik kijk veel naar Belgische slagers. Daar heeft men al meer van dergelijke verszaken. Je hebt er bijvoorbeeld de Butchers Cave van slagerij de Laet en van Haver, waar je terecht kan voor de mooiste charcuterie en een goed glas wijn. Dat lijkt me wel wat.”
Waar ben je het meest trots op?
“Toch wel op de winkel, wat we hier hebben neergezet. In de afgelopen jaren heb ik mijn eigen team gevormd. Toen ik de zaak van mijn vader overnam was ik de jongste, nu ben ik de oudste. Het is lekker om met zo’n jong team te werken. Ze zijn hongerig en vol ambitie.”
Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?
“Marjolein van den Busken van BRNDTFY. We werken samen, ze heeft onder meer onze website gemaakt. We zijn nu bezig met een webshop. Ook al ziet onze website er goed uit, je merkt toch dat deze verouderd. Ik wil haar vragen: hoelang gaat een website eigenlijk mee?”
Naomi Heidinga


















